Door de eigenschappen van glas kunnen we in een bepaald temperatuurbereik, het glas van vaste stof gecontroleerd over laten gaan in een vloeistof. Door een glasplaat op een stalen buigmal met de gewenste radius of vorm te leggen, kunnen we hem d.m.v. temperatuur en zwaartekracht de vorm van de mal aan laten nemen. Het buigprocedé verloopt afhankelijk van de dikte van het glas volgens een bepaald stookschema, welke bestaat uit de opwarmfase (om voortijdige glasbreuk te voorkomen), de vervormingsfase en de afkoelfase (om restspanning in het glas te voorkomen, zodat het glas eventueel nabewerkt kan worden). Als het glas zonder vertekeningen en volkomen glashelder uit de oven moet komen, dan zal de temperatuur tijdens de vervormingsfase niet boven ± 590˚C mogen komen.